De Moor wil grootsteden meer ondersteunen bij migratie-uitdagingen

Publicatiedatum

Tags

Hervorming

Auteur

Nicole de Moor

Deel dit artikel

Staatssecretaris voor asiel en migratie, Nicole de Moor, zat gisteren samen met burgmeesters en schepenen van de vijf grootsteden Antwerpen, Brussel, Gent, Charleroi en Luik. In de vijf grootsteden zijn bijna 320.000 vreemdelingen ingeschreven op een totaal van 1,4 miljoen inwoners. Dat is goed voor een vijfde van hun inwonersaantal. De Moor stelt voor om structureel een grootstedelijk overleg rond migratie te houden om de grootsteden meer ondersteunen bij de migratie-uitdagingen. 

Nicole de Moor“Veel nieuwkomers vestigen zich in grootsteden. Dat brengt voor die steden belangrijke uitdagingen met zich mee. Buitenlanders die werken, studeren of kinderen inschrijven zorgt voor veel administratie. Ik ga met de steden op zoek naar manieren om procedures zo efficiënt mogelijk te organiseren, zodat de stadsmedewerkers minder werklast ondervinden.  Los daarvan krijgen de grote steden ook te maken met heel wat mensen die onwettig op hun grondgebied verblijven. Dat weegt op de stad en de samenleving. Samen met de grote steden wil ik bekijken hoe we doelgericht ons kunnen focussen op wie prioritair opgevolgd moeten worden om terugkeer mogelijk te maken, met een prioriteit voor wie criminele feiten pleegt.”

Het overleg kaderde rond drie assen:

  1. Administratieve vereenvoudiging verblijfsprocedures
  2. Terugkeer en criminaliteit
  3. Sociale initiatieven

Administratieve vereenvoudiging

De afgelopen jaren werden al verschillende stappen gezet om de administratie voor steden en gemeentes op vlak van asiel en migratie minder zwaar te maken. Zo zorgde de Moor voor een betere gegevensuitwisseling om het ‘shoppen’ tussen gemeentes bij schijnhuwelijken en schijnerkenningen van kinderen tegen te gaan. Om die fraude tegen te gaan, worden alle onderzoeken en beslissingen die genomen werden in het kader van een vermoeden of bewijs van schijnhuwelijk of schijnerkenning geregistreerd in het rijksregister. Zo hebben lokale besturen snel zicht op iemands intenties.

De Moor wil op basis van de input van de steden nagaan hoe de administratieve last verder kan worden verminderd en er minder loketbezoeken moeten georganiseerd worden. Een specifiek voorbeeld is het mogelijk maken van een inschrijving van EU-burgers in één loketbezoek. Alleen al in Antwerpen schrijven jaarlijks gemiddeld 14.560 EU-burgers zich in, wat dus een aanzienlijke tijdswinst kan opleveren. Vandaag moeten die 14.560 personen twee keer passeren bij de stadsdiensten omdat ze eerst een bewijs van inschrijving bij de stad nodig hebben alvorens de EU-burger werk kan zoeken via een interimkantoor of een werkgever. Pas nadat iemand een contract heeft kan die persoon een elektronische kaart aanvragen. Door dit te vereenvoudigen worden er alleen al in Antwerpen 14.560 contactmomenten uitgespaard.

Terugkeer en criminaliteit

Onwettig in het land verblijven is nooit een goede zaak. Mensen die geen verblijfsrecht hebben, moeten hun bevel om het grondgebied te verlaten opvolgen. Meer dan de helft van de intercepties van mensen in onwettig verblijf vindt plaats in de vijf grootsteden. Concreet gaat dit over 11.892 intercepties op een totaal van 20.996 in 2023. Met het aanklampend terugkeerbeleid, waarvoor het wetsontwerp gisteren een eerste keer werd behandeld in de Kamercommissie, wordt gezorgd voor een individuele opvolging van wie een bevel krijgt om het grondgebied te verlaten. Daarvoor bestaan intussen al 43 terugkeerloketten op 23 locaties verspreid over het hele land, waaronder in de grootsteden. Specifiek probeert de Moor met verschillende steden projecten op te zetten om personen die langdurig in onwettig verblijf leven toe te leiden naar een terugkeertraject. Daarbij moet aan iedereen een zelfde boodschap gegeven worden: wie geen verblijfsrecht heeft moet terugkeren. In eerste plaats wordt gekeken naar vrijwillige terugkeer, maar als dat niet lukt is gedwongen terugkeer nodig.

Vorig jaar lanceerde de staatssecretaris een terugkeerplan om de capaciteit voor gedwongen terugkeer uit te breiden en dat plan wil ze versnellen. Het plan voorziet in drie bijkomende gesloten centra en een vertrekcentrum. Het vertrekcentrum in Steenokkerzeel bevindt zich in de laatste rechte lijn naar de bouw (gunningsfase). In december worden de aanbestedingen voor de gesloten centra in Jabbeke en Jumet voorgelegd aan de ministerraad. Voor het vierde centrum in Zandvliet vinden voorbereidende onderzoeken plaats voor het aanleggen van nutsvoorzieningen, aangezien het terrein afgelegen ligt.

De Moor legde eind oktober al een versnelde uitbreiding van de gesloten centra op tafel van de Kern. 

Sociale initiatieven

Asielzoekers die buiten het netwerk van Fedasil verblijven hebben vragen over hun procedure. Dat weegt op de steden. Het voorstel van de Moor is om in de steden infopunten te organiseren, waarbij de federale overheid de medewerkers daarvoor aanbiedt om op een centrale locatie in de stad te gaan werken. Daarnaast wil ze ook intenser samenwerken met alle lokale diensten om beter werk te maken van de tewerkstelling van asielzoekers gedurende hun procedure.

 

Blijf op de hoogte

Medewerkingsplicht bij terugkeer treedt in werking

Vandaag werd de wet op het aanklampend terugkeerbeleid gepubliceerd in het Staatsblad. Wie het land moet verlaten, is voortaan verplicht om mee te werken aan terugkeer. Dat gaat bijvoorbeeld over meewerken aan terugkeerbegeleiding, aan identificatie, de nodige stappen zetten om de noodzakelijke reisdocumenten te verkrijgen, meewerken aan de organisatie van de reis, aan de noodzakelijke medische onderzoeken en aan het overmaken van medische attesten en certificaten.

Staatssecretaris Nicole de Moor veroordeelt met klem geweld tegen kinderen in opvangcentrum in Zutendaal

Nicole de Moor: "Extremisten die kinderen met geweld en vuurpijlen bedreigen gaat echt vele bruggen te ver. Dit zijn niet de buurtbewoners waarmee ik deze week een respectvol gesprek heb gehad. Ik heb begrip voor hún bezorgdheden, maar niet voor dit soort gewelddadige actie."

Geen opvang meer na negatieve asielprocedure

Om de opvangduur structureel te verkorten werd in een aanpassing van de opvangwet voorzien. Wie een definitieve negatieve asielbeslissing krijgt moet de opvang binnen een periode van 30 dagen moeten verlaten. Tot nog toe was het mogelijk om andere procedures op te starten om langer in de opvang te blijven. Vandaag treedt deze wetgeving in voege.