Verdwijningen van niet-begeleide minderjarige vreemdelingen maximaal voorkomen

Publicatiedatum

Tags

Opvang

Auteur

Nicole de Moor

Deel dit artikel

Staatssecretaris voor asiel en migratie Nicole de Moor en minister van binnenlandse zaken Annelies Verlinden stelden vandaag een draaiboek voor om verdwijningen van niet-begeleide minderjarige vreemdelingen (NBMV) maximaal te voorkomen en op te lossen. Dat ze dit vandaag deden is symbolisch, vandaag is het namelijk de Internationale Dag van de Vermiste Kinderen.

Vorig jaar werden 6.434 NBMV geregistreerd in ons land, waarvan 3.876 asiel aanvroegen. Verschillende actoren begeleiden hen en zorgen voor omkadering. Regelmatig verdwijnen minderjarigen van de radar. Soms kiest de minderjarige daar bewust voor, maar vaak ook niet. Minderjarigen die verdwijnen zijn erg kwetsbaar voor misbruik.

Nicole de Moor: “Elke verdwijning is er een te veel. Onze eerste doelstelling is voorkomen dat minderjarigen van de radar verdwijnen. Door alle betrokken diensten en partners samen te brengen hebben wij een concreet draaiboek kunnen opstellen. Elke medewerker weet welke schakel hij of zij is om een verdwijning te voorkomen.”

Met dit draaiboek krijgen alle diensten concrete richtlijnen over hoe verdwijningen tegen te gaan en wat te doen als een NBMV verdwijnt, gaande van politie, over opvangcentra tot nuldelijnsmedewekers (bv. jeugdwerkers, outreachers). Het draaiboek omvat een duidelijke schets van de context van een minderjarige, acties om een vertrouwensrelatie op te bouwen en verdwijningen tegen te gaan, en een duidelijk stappenplan in het geval dat een minderjarige verdwijnt.

Voorbeelden van acties om verdwijningen tegen te gaan:

  • Minderjarigen maximaal aanmoedigen om voor opvang te kiezen, ook als zij geen opvangwens hebben. Dat kan bijvoorbeeld door met de minderjarige een gesprek aan te gaan over de verwachtingen van de opvangplaatsen en de nadelen van het leven op straat.
  • Alert zijn voor signalen van een verhoogd risico op verdwijningen. Voorbeelden van dergelijke signalen: de minderjarige is met behulp van mensensmokkelaars in België geraakt, komt uit een kwetsbaar milieu en heeft hechtingsproblemen, wantrouwt officiële instanties, kwam aan in groep waarvan al andere personen verdwenen.
  • Regelmatig contact tussen voogd en minderjarige.
  • Bij ernstige aanwijzingen van mensenhandel, de specifieke situatie bespreken met een gespecialiseerd centrum voor mensenhandel.
  • Het netwerk van de minderjarige in kaart brengen en contact zoeken met familieleden en belangrijke steunfiguren. Wanneer ouders zich akkoord tonen met opvang, kan dat het risico op een verdwijning significant doen dalen.
  • Bespreken met de minderjarige of er plannen zijn om te vertrekken en van wie het initiatief komt. Ervoor zorgen dat hij een contactpersoon heeft bij een mogelijk vertrek.

Wanneer een verdwijning wordt vastgesteld moet dit meteen gemeld worden in de politiezone waar dat gebeurde. Voor elk van de betrokken diensten, legt het draaiboek precies uit wat zij moeten doen. Snel handelen is belangrijk, want de eerste 24 uur na de verdwijning zijn cruciaal. Een internationale seining is een mogelijkheid als er een reële kans is dat de minderjarige naar het buitenland vertrokken is. Voogden en opvangplaatsen kunnen ook contact zoeken met de minderjarige via sociale media of een sleutelfiguur.

Het draaiboek kwam tot stand via de werkgroep verdwijningen. Deze werkgroep werd in 2021 opgericht door de staatssecretaris, om te werken rond preventie, opvolging en gegevensuitwisseling. In die werkgroep zitten vertegenwoordigers van Fedasil, Child Focus, de Dienst Vreemdelingenzaken, het Commissariaat-generaal voor de Vluchtelingen en de Staatlozen, de Dienst Voogdij, het parket, de lokale en federale politie, Agentschap Opgroeien, Aide à la Jeunesse, de Vlaamse Gemeenschapscommissie, de Commission communautaire française en de bevoegde kabinetten. Voor het voorkomen en oplossen van verdwijningen van een niet-begeleide minderjarige is een nauwe samenwerking tussen alle betrokken partners essentieel.

Annelies Verlinden, minister van binnenlandse zaken: “Wat de droom, reden, oorsprong of droeve realiteit ook zijn waarom minderjarigen hun land ontvluchten of bij ons terechtkomen: onze politiediensten zijn heel vaak de instantie waarmee ze voor het eerst in contact komen. De eerste opvang en zorgvuldigheid van registratie door de politiediensten is doorslaggevend voor het vertrouwen dat we in onze overheidsdiensten willen creëren en de verdere te bewandelen weg. Met deze vertrouwensband willen we zo veel als mogelijk vermijden dat de minderjarigen opnieuw van de radar verdwijnen. Dat de taakaccenten en verantwoordelijkheden van alle betrokken diensten nu zijn samengebracht in één draaiboek, maakt ook dat we zullen komen tot een beter begrip en samenwerking tussen de verschillende actoren.”

Heidi De Pauw, CEO Child Focus : “Wanneer een niet-begeleide minderjarige verdwijnt, worden wij allemaal de bezorgde ouder die op zoek gaat. Net dat stapje verder gaan. Net dat stapje voor zijn op mensenhandelaars en smokkelaars. Met dit draaiboek bundelen we de krachten van alle partners op het terrein en kunnen we samen snel en doortastend handelen in deze verdwijningen.”

Vorig jaar registreerde Fedasil 297 verdwijningen van minderjarigen uit zijn centra, op een totaal van 5.376 minderjarigen die in de centra verbleven. Die verdwijningen worden steeds gemeld aan de politie.

Minderjarigen aanmoedigen voor opvang te kiezen

Niet alle minderjarigen zijn even goed te bereiken en sommigen zijn weigerachtig om voor opvang te kiezen. Staatssecretaris de Moor zet extra in op het opvolgen van die jongeren. Ze ondersteunt initiatieven om die doelgroep op een toegankelijke manier te bereiken en aan te moedigen om in te gaan op opvang.

Nicole de Moor: “We proberen minderjarigen te overtuigen om steeds een plek in de opvang aan te nemen. Daar zijn ze veilig en er is begeleiding. Zo vermijden we dat minderjarigen op straat blijven en in handen vallen van personen met slechte bedoelingen.”

Sinds maart 2023 wordt een projectleider gefinancierd bij de Preventiedienst van de gemeente Anderlecht om een opvanghuis op te richten voor een specifieke groep van jonge straatkinderen die vaak te kampen hebben met een verslavingsproblematiek.

Daarnaast zijn er ook heel wat minderjarige vreemdelingen die géén asiel aanvragen, en ook niet in contact willen komen met de overheid. Vaak willen zij doorreizen naar het Verenigd Koninkrijk. Dat is een groep jongeren die vaak wegloopt uit de opvangplaatsen. Sinds 2019 levert Fedasil financiële steun aan het outreach-project ‘Xtra MENA’ van Caritas. Dat heeft tot doel om de moeilijk bereikbare doelgroep van jonge transitmigranten te bereiken en hen te informeren en te begeleiden naar het opvangnetwerk. De Moor werkt voor die doelgroep met verschillende partners verder aan een specifiek opvangcentrum, zodat zij beter kunnen bereikt worden. Er wordt een op maat gemaakt begeleidingstraject voorzien.

Blijf op de hoogte

Ook in het gemeenschappelijk visumbeleid hebben we een sterker Europa nodig.

"Het migratiebeleid is niet af. Het is tijd om de focus te leggen op maatregelen die het Europees Asiel- en Migratiepact beter zullen doen werken. Ook in het gemeenschappelijk visumbeleid hebben we een sterker Europa nodig." Dat verklaarde staatssecretaris voor Asiel en Migratie, Nicole de Moor, na afloop van de Raad voor Europese ministers bevoegd voor migratie in Luxemburg.

Verlenging tijdelijke bescherming Oekraïners tot maart 2026

De tijdelijke bescherming voor Oekraïners wordt voor een jaar verlengd. Dat bevestigde staatssecretaris voor Asiel en Migratie, Nicole de Moor, na afloop van de Raad voor Europese ministers bevoegd voor migratie in Luxemburg. De Europese Commissie lanceerde het voorstel om de tijdelijke bescherming te verlengen en de Raad, de ministers van de EU-lidstaten, gingen hier vandaag mee akkoord. Deze loopt nu tot maart 2026.

Terugkeer naar Marokko verdubbeld, dit jaar al 119 personen gedwongen teruggestuurd

In de eerste vijf maanden van dit jaar werden 119 Marokkanen in onwettig verblijf gedwongen teruggestuurd. Dat is meer dan het dubbelde van dezelfde periode vorig jaar, toen 55 personen werden teruggestuurd. De vernieuwde samenwerking met Marokko werpt zijn vruchten af. Dankzij het aanklampend terugkeerbeleid, beschikt ook ons land over extra capaciteit voor terugkeer.