In antwoord op de vraag van Vlaams parlementslid Nicole de Moor (cd&v) over de sluiting van de premetrotunnel in 2026 en de gevolgen ervan voor de reizigers uit het Waasland, wist minister Annick De Ridder te melden dat er door één van de aannemers die niet geselecteerd was voor de aanbesteding van de werken aan de premetrotunnel een procedure bij Uiterst Dringende Noodzakelijkheid (UDN) had ingediend bij de Raad van State.
Hierdoor kan zij nog niet communiceren over de exacte timing van de werken en de concrete invulling van de alternatieven om de weggevallen tramlijn 3, 5, 9 en 15 te vervangen.
In 2026 wordt de Antwerpse premetrotunnel normaal volledig gesloten voor ingrijpende renovatiewerken. De tunnel tussen Linkeroever en het Centraal Station, via de Meir, zal naar verwachting van ongeveer mei tot december 2026 dichtgaan wegens asbestverwijdering en andere noodzakelijke werken. Maar hiervoor dient nu afgewacht te worden tot uitspraak van de Raad van State over de UDN-procedure. De minister stelde dat dit slechts enkele weken in beslag zal nemen maar dat zij tot dan juridisch gegijzeld is.
Deze langdurige sluiting zal een grote impact hebben op duizenden reizigers en pendelaars, in het bijzonder vanuit het Waasland richting Antwerpen en omgekeerd. De premetrotunnel is immers een cruciale verkeersas voor wie uit het Waasland komt en in Antwerpen-centrum werkt of studeert. Op een gemiddelde werkdag maken zo’n 1.700 reizigers per uur gebruik van deze verbinding. De aangekondigde sluiting dreigt dan ook tot aanzienlijke hinder te leiden.
De Vervoerregio Antwerpen stelt verschillende alternatieven voor om de impact voor pendelaars te beperken. Volgens lokale en Vlaamse beleidsmakers schieten die oplossingen echter tekort. Ze blijven sterk gecentraliseerd rond Linkeroever, wat vooral tijdens de spitsuren dreigt te leiden tot een flessenhals met vertragingen en bijkomende verkeersproblemen.
Vlaams parlementslid Nicole de Moor (cd&v) vroeg daarom bijkomende maatregelen aan de minister. “Deze werken zijn noodzakelijk, maar we mogen de pendelaars uit het Waasland niet aan hun lot overlaten,” zegt ze. “Als we willen vermijden dat mensen te laat op hun werk of op school aankomen, moeten we verder kijken dan de klassieke alternatieven. Het tijdelijk en kosteloos combineren van De Lijn-abonnementen met treinverkeer kan een deel van de druk wegnemen.”
Jeroen Verhulst, schepen van Mobiliteit in Beveren-Kruibeke-Zwijndrecht reageert en wijst op de bottleneck die Linkeroever kan worden met impact op de omliggende deelgemeenten. “Indien al het verkeer structureel naar Linkeroever wordt gestuurd, creëren we daar een bottleneck,” stelt hij. “We hebben steeds dit standpunt ingenomen en ook voorstellen gedaan om het verkeer sneller af te vangen, die zouden kunnen stimuleren om vroeger over te stappen op andere vervoersmodi. De trein wordt onder meer een belangrijke schakel in de alternatieven en daar zou het station van Beveren een belangrijke schakel in kunnen vormen. De alternatieven zullen alleen kunnen werken als de randvoorwaarden kloppen.”
Een van de voorgestelde oplossingen is om pendelaars tijdelijk toe te laten hun De Lijn-abonnement ook op de trein te gebruiken zolang de premetrotunnel gesloten is. Daarnaast wordt gepleit voor het tijdelijk gratis maken van de parkings aan het station van Beveren en eventueel ook aan andere stations in het Waasland.
“Dit zijn haalbare en concrete maatregelen die snel effect kunnen hebben,” benadrukt Nicole de Moor. “Ik ben verheugd om te vernemen dat op mijn vraag de minister bevestigd heeft op de commissie dat zij met de bevoegde administraties in overleg is om voor de start van de werken duidelijkheid te krijgen voor de reizigers uit het Waasland.”
Schepen Verhulst sluit zich daarbij aan: “De mensen willen best hun verplaatsingsgedrag aanpassen, maar dan moeten we het hen ook gemakkelijker maken. Gratis en toegankelijke parkings aan stations kunnen daarin echt het verschil maken tijdens deze lange periode van hinder.”
Nicole de Moor riep de minister op om de tijd die de juridische procedure haar nu buiten haar wil om geeft om de voorgestelde en door de minister bevestigde alternatieven verder uit te werken en hierover direct te communiceren na juridische duidelijkheid. “Want alleen met een gecoördineerde aanpak kunnen we vermijden dat het Waasland maandenlang vastloopt,” klinkt het.