Samen met Europese collega's trek ik aan de alarmbel op Europese top in Luxemburg

Publicatiedatum

Tags

Europa

Auteur

Nicole de Moor

Deel dit artikel

Het aantal mensen dat in ons land asiel aanvraagt, stijgt dit jaar enorm, en de laatste dagen is die instroom nog verder toegenomen. 

Dit zijn cijfers die we sinds de crisis in 2015 niet meer gezien hebben. En dat is zo in een aantal West-Europese landen. We zien dat ook in Nederland, in Duitsland, en nog veel meer in Oostenrijk. Ik ben op dit moment in Luxemburg op een Europese top, om samen met mijn Europese collega’s aan de alarmbel te trekken.

De nuchtere realiteit is dat de instroom disproportioneel stijgt in enkele Europese lidstaten, waaronder België, en dat dit niet houdbaar is. De Europese Unie faalt hier volledig in haar migratiebeleid, en dat heeft grote gevolgen voor ons land. Er is dringend nood aan een hervorming met sterkere controles aan de buitengrenzen, en een eerlijke spreiding over het grondgebied. 1000 asielaanvragen per week in België en minder dan 30 in Portugal, dat ongeveer evenveel inwoners heeft, dat is gewoon niet verdedigbaar. En we moeten ook stoppen met een systeem in stand te houden waarbij mensen die meerdere keren asiel aanvragen in verschillende landen, daar telkens ook moeten opgevangen worden. Dat gaat niet.

De instroom is een belangrijk onderwerp hier aan de Europese tafel in Luxemburg vandaag. We zien in verschillende landen nieuwe en verontrustende fenomenen: in Oostenrijk bijvoorbeeld zien ze een sterke instroom van Indiërs die asiel aanvragen: vorig jaar waren dat er 200, en dit jaar al 10.000. En in België zien wij hetzelfde fenomeen met Burundezen: afgelopen maand vroegen er meer Burundezen asiel aan dan in heel 2021, en dat aantal stijgt nog steeds verder. En die fenomenen in verschillende landen hebben 1 ding gemeen: die mensen komen allemaal via Servië, omdat Servië een voorkeursbehandeling heeft voor die nationaliteiten, zij kunnen zonder visum naar daar reizen, en zij laten hen nadien allemaal doorreizen naar de Europese Unie. Dat mogen we niet toelaten, en daarvoor is er een gezamenlijke Europese actie nodig met maatregelen tegen Servië. Dit moet stoppen.

Ik sprak deze week nog de Servische ambassadeur in Brussel en een oplossing is in de maak. We zullen de druk blijven aanhouden, tot er een oplossing is. We eisen dat landen in de omgeving van de EU eveneens hun steentje bijdragen tot correct migratiebeheer en dus ook hun visumbeleid aanpassen aan de realiteiten van vandaag. En die realiteit is dat smokkelaars elke loophole zullen gebruiken om mensen op irreguliere wijze in de Europese Unie te krijgen, en daar nog grof geld aan verdienen ook. 

Niemand wil dat mensen op straat slapen, laat dat duidelijk zijn. En de inspanningen die we daarvoor het voorbije jaar hebben geleverd, die zijn enorm, dat kan niemand ontkennen: Fedasil beschikt vandaag over bijna 32.000 plaatsen. Het voorbije jaar hebben we 5.000 nieuwe plaatsen gecreëerd, waaronder 1.000 plaatsen voor alleenstaande minderjarigen. Maar de realiteit is dat vandaag, met deze hoge instroom, zelfs die bijkomende capaciteit onvoldoende is. En dan moet je extra maatregelen nemen: dat doe ik met het Winterplan dat ik al eerder aan de regering heb voorgesteld. We creëren daarin o.m. noodcapaciteit in samenwerking met het Brussels Gewest, en ik zal nu ook werkende asielzoekers, die op eigen benen kunnen staan, verplichten om de opvangcentra te verlaten. Op die manier kunnen we plaatsen vrijmaken voor de meest kwetsbaren.

Wel, ik stel vast dat Fedasil vandaag op operationele limieten botst bij het creëren van opvangplaatsen. Zij hebben maanden geleden al de goedkeuring gekregen om bijkomende capaciteit te creëren, maar zij slagen daar vandaag niet in. En niet omdat zij dat niet willen, maar simpelweg omdat zij op operationele limieten botsen, en dat is voornamelijk een tekort aan personeel om in de opvangcentra te werken. Dat is ook zo bij onze partnerorganisaties, zoals het Rode Kruis. Een opvangcentrum is meer dan 4 muren, een dak en wat bedden. Je hebt ook personeel nodig om dat te organiseren en begeleiding te voorzien, en dat is er niet. Vandaar mijn herhaalde oproep aan de regering om personeel van andere overheidsdiensten in te zetten. De schouders van Fedasil kunnen dit niet alleen dragen.

Ik wil ook eerlijk en transparant zijn: met bijkomende capaciteit alleen gaan we het niet redden. Daarom werk ik ook op het beperken van de instroom, en het versnellen van de uitstroom. En daarom is ook die Europese aanpak zo belangrijk.

Het is natuurlijk gemakkelijk aan de zijlijn. Ik hoor sommige partijen zeggen dat ik de instroom kan stoppen met facebookcampagnes, wat toch van enige naïviteit getuigt, en ik hoor andere partijen federaal zeggen dat ik meer lokale opvang moet creëren, terwijl hun partijen op lokaal niveau die opvang tegen houden, wat toch van enige hypocrisie getuigt. Dus ik zou zeggen: laten we allemaal de handen in elkaar slaan om Fedasil te ondersteunen. Niemand wil mensen op straat, dus dan lijkt het me evident dat iedereen doet wat hij kan om te helpen.

Blijf op de hoogte

Ook in het gemeenschappelijk visumbeleid hebben we een sterker Europa nodig.

"Het migratiebeleid is niet af. Het is tijd om de focus te leggen op maatregelen die het Europees Asiel- en Migratiepact beter zullen doen werken. Ook in het gemeenschappelijk visumbeleid hebben we een sterker Europa nodig." Dat verklaarde staatssecretaris voor Asiel en Migratie, Nicole de Moor, na afloop van de Raad voor Europese ministers bevoegd voor migratie in Luxemburg.

Verlenging tijdelijke bescherming Oekraïners tot maart 2026

De tijdelijke bescherming voor Oekraïners wordt voor een jaar verlengd. Dat bevestigde staatssecretaris voor Asiel en Migratie, Nicole de Moor, na afloop van de Raad voor Europese ministers bevoegd voor migratie in Luxemburg. De Europese Commissie lanceerde het voorstel om de tijdelijke bescherming te verlengen en de Raad, de ministers van de EU-lidstaten, gingen hier vandaag mee akkoord. Deze loopt nu tot maart 2026.

Terugkeer naar Marokko verdubbeld, dit jaar al 119 personen gedwongen teruggestuurd

In de eerste vijf maanden van dit jaar werden 119 Marokkanen in onwettig verblijf gedwongen teruggestuurd. Dat is meer dan het dubbelde van dezelfde periode vorig jaar, toen 55 personen werden teruggestuurd. De vernieuwde samenwerking met Marokko werpt zijn vruchten af. Dankzij het aanklampend terugkeerbeleid, beschikt ook ons land over extra capaciteit voor terugkeer.